De Fotografen

Resultaat

Resultaten 32 - 32 van 214

Paul Citroen

In Berlijn opgeleid als schilder, werd Paul Citroen aanvankelijk vooral bekend door de fotocollages die hij vanaf 1919 maakte. Hiertoe werd hij geïnspireerd door zijn contacten met de Berlijnse dadaïsten en zijn schoolvriend Erwin Blumenfeld. Zijn beroemdste fotocollage ‘Metropolis’ ontstond in 1923 aan het Bauhaus, waar hij zich op aanraden van Georg Muche verder bekwaamde in de schilder- en tekenkunst.

Citroen zette zijn eerste schreden op het gebied van de fotografie in 1926 samen met Otto Umbehr (Umbo), een medeleerling aan het Bauhaus. Maar pas in 1929 zou hij zelf intensief gaan fotograferen. Een stimulans hiertoe vormde het bezoek in Parijs aan zijn Berlijnse vriendin Marianne Breslauer, toen in de leer bij Man Ray. Via haar leerde hij Werner Rohde kennen, een kunstenaar-fotograaf uit Bremen, en samen gingen ze op ‘fotojacht’. Citroen fotografeerde met geleende camera’s tot hij bij zijn huwelijk met Céline (Lien) Bendien eind 1929 zelf een 6x9 camera kreeg. Aanvankelijk fotografeerde hij vooral in huiselijke kring, met zijn in 1930 geboren dochter Paulien als favoriet model.

Voor een boek over eigentijdse Nederlandse schilderkunst ging Citroen kunstenaarsportretten maken. Een aantal daarvan verscheen inderdaad in zijn boek Palet (Uitgeverij De Spieghel, Amsterdam 1931). Gemaakt zonder veel fototechnische kennis onderscheiden zijn portretten zich door een grote directheid en scherp oog voor details. Dit leidde tot de nodige kritiek bij zijn enige vooroorlogse fototentoonstelling van november 1932 in de Kunstkelder aan het Amsterdamse Spui.

Naar voorbeeld van het Bauhaus richtte Citroen in 1933 met Charles Roelofsz in Amsterdam de Nieuwe Kunstschool op. Zelf nam hij het tekenonderwijs voor zijn rekening. Eva Besnyö was de eerste docente fotografie, maar werd in het najaar van 1935 opgevolgd door Paul Guermonprez. Voorzover bekend bleef Violette Cornelius de enige die zijn fotolessen volgde. De voorkeur van Citroen betrof uiteindelijk toch tekenen en schilderen. Toen hij in het najaar van 1935 tevens docent werd aan de Haagse Academie van Beeldende Kunsten, stopte hij dan ook nagenoeg met fotograferen. Zijn foto’s raakten in vergetelheid, totdat een publicatie van Edition Marzona er in 1978 weer aandacht op vestigde.

Een selectie uit het werk van Paul Citroen

Bekijk alle foto's van deze fotograaf